Inleiding

Vatthugatha

De leerlingen van Bavari de brahmaan gaan op zoek naar de Boeddha.

976. Op een dag liep een man de prachtige stad Savatthi uit, in de provincie Kosala. Het was Bavari de brahmaan, die bedreven was in de Vedische mantra's. Hij zette koers richting de zuidelijke weg op zoek naar onthechting.

977. Hij reisde tot hij bij het land van de Assaka's kwam, en daar, waar het 't land van de Allaka's ontmoette, vertoefde hij op de banken van de rivier de Godhavari, en leefde van het fruit en wat hij dan ook maar kon verzamelen.

978. Op een dag toen hij aan het bedelen was in een naburig rijk dorp, werd hem zoveel gegeven, dat hij hierdoor een groot offerceremonieel kon houden.

979. Hij had juist de rituelen beëindigd en ging terug naar zijn hut toen een andere brahmaan aan zijn deur stond.

980. Hij had dorst, was bedekt met stof, hij had vlekken op z'n tanden en zwellingen aan zijn voeten. Hij kwam naar de kluizenaar en smeekte die om hem 500 muntstukken te geven.

981. Zo gauw de kluizenaar de bezoeker zag, bood hij hem aan te gaan zitten. Nadat hij hem naar zijn gezondheid en geluk had gevraagd, vertelde hij de man dat hij hem niet kon helpen.

982. "Ziet u, brahmaan, ik heb alles weggegeven wat mijzelf gegeven is. Vergeeft u mij alstublieft, ik heb geen 500 muntstukken."

983. "U heeft de smeekbede van een bedelaar verworpen!", zei de bezoeker. "Dat je hoofd ten gevolge van deze weigering binnen zeven dagen tijd in zeven stukken mag splijten!"

984. En toen, voordat hij vertrok, reciteerde de gemenerik spreuken en legde, tot de brahmaan z'n grote ellende, een vloek op Bavari.

985. In de dagen die volgden nam de pijn van Bavari de brahmaan toe. De droefheid en ellende waren als pijlen in z'n zij. Hij kon niet eten, hij kwijnde gewoon weg. Hij kon zelfs zijn geest niet ordenen in zijn meditatie.

986. Maar een vriendelijke geestelijke godin zag hem in zijn lijden en in zijn angst. Ze kwam naar zijn hut en praatte tegen hem.

987. "Hij was slechts een bedrieger, die man," zei ze, "en probeerde alleen maar gemakkelijk aan geld te komen. Trouwens, hij was ook nog erg dom -- hij weet niets van het hoofd en niets over hoofd-splijting."

988. "Godin," zei de brahmaan, "als hij dat niet weet, wie dan wel? Als u hoofd-splijting begrijpt, vertel me er dan alstublieft alles over. Ik moet hier achterkomen!"

989. "Nee," zei de godin, "ik kan u niet helpen, ik weet er niets vanaf. De enige mensen die over dingen als deze kunnen weten zijn Overwinnaars."

990. "Goed dan, godin," zei de brahmaan, "vertelt u mij dan naar wie ik in de wereld kan gaan die dat dan wél zal weten."

991. En dit is wat de godin antwoordde: "In de lijn van de grote koning Okkaka is er een jongen geboren onder de Sakya's. Hij heeft hun hoofdstad Kapilavatthu achtergelaten; hij is als een leider en een licht de wereld ingegaan."

992. "Deze man, brahmaan, heeft Volledige Verlichting. Deze man heeft volledige perfectie. Deze man heeft de kracht van volledige kennis, het oog van volledige visie. Hij heeft het volledige einde bereikt en hij heeft al het fundamentele vastgrijpen losgelaten en hij is vrij."

993. "Hij is verlicht, hij is een Boeddha. Hij is een Heer, een Meester van zegeningen voor de wereld. Hij heeft het oog van inzicht en hij onderwijst 'de dingen zoals ze werkelijk zijn'. Ga naar hem toe en stel je vragen -- hij zal het allemaal aan je uitleggen."

994. Toen Bavari dat woord 'Samma Sambuddha' hoorde (Volledig Verlichte), werd hij vervuld van vreugde. Terwijl z'n verdriet langzaam afnam, voelde hij een immense gelukzaligheid over hem komen.

995. Het geluk en de vreugde maakten hem geestdriftig en deden iets diep in hem beven. "Waar leeft deze wereld-gids?", vroeg hij de godin. "In welk dorp is hij? Welke stad? Welke staat? Laat ons gaan en deze man eren, dit hoogste wezen!"

996. "De Overwinnaar leeft in Savatthi te Kosala", zei de godin. "Deze Sakya heeft een schat aan wijsheid en een wereld van kennis, hij is heel open en onbesmet, hij heeft de kracht van een held, van een stier. Hij is degene die gevraagd moet worden over hoofd-splijting."

997. En zo, riep Bavari de brahmaan zijn leerlingen bijeen. Ieder van hen was eveneens goed bedreven in de Vedische mantra's. "Kom hier, brahmaanse studenten" zei hij, "en luister -- ik heb jullie iets te vertellen!"

998. "Er is iets gebeurd, iets dat maar zelden plaatsvindt in de wereld: een Samma Sambuddha is gearriveerd. Ja, er is een man in de wereld geboren die nu herkend wordt als een volledig verlichte! Brahmanen, jullie moeten onmiddellijk naar Savatthi gaan om dit perfecte wezen te ontmoeten!"

999. "Maar brahmaanse Heer," zeiden de studenten, "wat heeft het voor zin om te gaan als wij niet eens weten hoe verlichting eruit ziet? Vertel ons, Eerwaarde Heer, hoe wij dat herkennen."

1000. "De Leer van Oudsher" zei de brahmaan, "spreekt over elk van de tweeëndertig tekenen van grootheid op een superman."

1001. "Wanneer een persoon met deze tekenen op zijn lichaam wordt geboren, dan kunnen we zeggen dat één van de twee dingen met hem zal gebeuren, dat er enkel twee keuzen voor hem openliggen, en niet meer."

1002. "Hij kan kiezen voor het leven van een leek, het huiselijk leven. Dan zal hij de wereld veroveren, niet door geweld, maar door deugd."

1003. "Of hij kan ervoor kiezen zijn thuis te verlaten en te leven als een thuisloze zwerver. En dan zal hij een Samma Sambuddha worden, een man van waardigheid, een Volledig Verlichte, een onvergelijkelijke."

1004. "Welnu, als je denkt deze man gevonden te hebben, moet je jezelf vragen stellen in je geest over mijn leeftijd, mijn familie, mijn lichaamstekens, mijn rituelen en mijn studenten -- je moet ook een vraag in je geest stellen over hoofd-splijting."

1005. "Als hij de Boeddha is met perfecte en doordringende visie, dan zal hij de vragen beantwoorden die jullie jezelf in je geest hebben gesteld."

1006-1008. Toen Bavari sprak, luisterden zijn brahmaanse studenten. Er waren er zestien, en allemaal waren ze zelf beroemde leraren: Ajita, Tissa Metteyya, Punnaka, Mettagu, Dhotaka, Upasiva, Nanda, Hemaka, Todeyya, Kappa, Jatukanni de wetenschapper, Bhadravudha, Udaya, Posala, Mogharaja de geleerde en de grote leraar Pingiya de wijze -- ze waren er allemaal.

1009. Ze stonden allemaal goed bekend als leraren en als mannen die hun vreugde vonden in het leven door hun meditatiebeoefening. Zij waren mannen, zo zei men, die de geur van hun edele goede daden niet verloren hadden.

1010. Toen Bavari zijn instructies aan hen beëindigd had, betuigden zij voorzichtig hun respect en liepen vanaf zijn rechterzijde van hem weg. Met hun gewaden van huiden en hun gevlochten strengen van haar, zetten zij koers naar het noorden.

1011-1013. Zij reisden door het land van de Alaka's, zij kwamen eerst in Patitthana, toen in Mahussati, Ujjeni en Gonaddha. Toen gingen ze naar Vedisa en Vanasa, naar Kosambi en Saketa, totdat ze bij de grootste van alle steden kwamen, Savatthi. Van daaruit zwierven ze weer over het land van Magadha. Op hun weg kwamen ze door Setavya, Kapilavatthu en het dorp Kusiñara. Ze gingen naar Pava, naar Bhoganagara, en toen naar Vesali, vanaf waar zij naar de wonderschone Pasanaka Cethiya, de Rots Tempel kwamen[1].

1014. Zij klommen het bergpad op met de dienstijver en de haast van een koopman die aangetrokken wordt door weelde, of van een dorstige man die naar koel water snakt, of van een man met een zonnesteek die schaduw zoekt.

1015. En daar, met de orde van monniken om hem heen, zat de Heer, de Gezegende. Hij verklaarde de Dhamma tot hen: de leeuw brulde in de jungle.

1016. Ajita zag de man van Volledige Verlichting. Het was alsof de zon scheen zonder te branden, het was alsof de maan scheen; schitterend en vol als op een dag van volle maan.

1017. Hij kon alle signalen van grootheid die duidelijk gemarkeerd op zijn lichaam waren, zien. Verbaasd en zeer verheugd stond hij respectvol aan de kant. In stilte dacht hij aan zijn eerste vraag:

1018. 'Vertel me' vroeg hij in zijn geest, 'hoe oud mijn leraar is. Noem me zijn familienaam. Vertel me hoeveel tekens van grootheid hij heeft en hoe goed hij bedreven is in de Vedische mantra's, en hoeveel leerlingen hij onderwijst?'

1019. "Hij is 120 jaren oud", zei de Meester hardop. "Zijn familienaam is Bavari. Hij heeft drie van de lichaamstekens. Hij heeft volledige kennis van de drie Veda's,

1020. en ook van de commentaren, de rituelen en de tekens. Hij instrueert 500 leerlingen en hij heeft de hoogste staat -- voor wat zijn leer betreft -- bereikt."

1021. 'Beschrijf Bavari's lichaamstekens, meester-man, begeerte-snijder,' dacht Ajita in stilte, 'zodat er in ons geen ruimte voor twijfel meer overblijft.'

1022. "Dit zijn de drie tekens, jonge man", zei de Meester. "Zijn tong is lang genoeg om zijn mond te bedekken. Er is een bosje haar dat tussen de wenkbrauwen groeit. En de voorhuid bedekt volledig de penis."

1023-1024. Iedereen kon de Meester horen praten met iemand die zij niet zagen. Wie stelde deze vragen die zij niet konden horen? Ze vroegen zich af of het een of andere god was. Was het Indra, Brahma, of Sakka? Tegen wie praatte de Meester? Verbaasd vouwden ze uit respect hun handen in de gebruikelijke positie.

1025. (Intussen stelde Ajita mentaal een andere vraag): 'Bavari vroeg over hoofden, Meester' dacht hij, 'en over hoe zij splijten. Alstublieft, grote Leraar, beantwoord ook deze vraag.'

1026. "Het hoofd" zei de Meester, "is 'niet-begrijpen'. Het hoofd splijt in stukken en wordt vernietigd door begrip, met het machtige leger ter ondersteuning: zelfvertrouwen (saddha), indachtigheid (sati), concentratie (samadhi), wijsheid (pañña) en energie (viriya). Dit zijn de krachten die hoofden splijten[2]."

1027. Met de ontroering van verrukking verstijfde elke porie van zijn lichaam en ontblootte de jonge brahmaanse student zijn schouder van zijn pels (de huid die zij als gewaden droegen), en knielde op de grond aan de voeten van de Meester.

1028. "Eerwaarde Heer", zei hij met zijn hoofd gebogen, "Ziener, Bavari de brahmaan en al zijn volgelingen zijn vervuld met blijdschap en vreugde! Wij zijn gekomen om u eer te bewijzen en u te eerbiedigen hier aan uw voeten".

1029. "Dat Bavari de brahmaan en al zijn volgelingen gelukkig mogen zijn", zei de Meester. "Dat ook u gelukkig moge zijn, jonge man, en dat je leven lang mag zijn!"

1030. "Voor Bavari, voor u en voor iedereen van jullie groep zijn er vele verschillende twijfels en is er veel verwarring. Nu hebben jullie de gelegenheid om daarover vragen te stellen. Vraag nu maar wat je ook zou willen weten."

1031. De Man van Volledige Verlichting had Ajita toestemming gegeven. De brahmaanse student zat respectvol neer, nam de gebruikelijke houding met gevouwen handen aan, en stelde zijn eerste vraag tot de 'zo gegane'. De Tathagata.

Eindnoten

[1] In de buurt van de Barabar en Nagarjuni Heuvels ten noorden van Gaya, ligt een alleenstaande heuvel, Kauadol genaamd. Dit is de heuvel waar de gebeurtenis van het vijfde hoofdstuk uit de Sutta Nipata plaatsvond.

[2] De Boeddha geeft er hier een andere wending aan dan de gemene brahmaan die over Bavari een vloek uitsprak. Zie bala.

RegID: Snp5-00
Bijgewerkt op: 12 oktober 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen