De rivier

Nadi Sutta

Alles wordt weggerukt.

Te Savatthi. Daar sprak de Gezegende: "Monniken, veronderstel dat er een rivier is die van de bergen naar beneden stroomt, ver gaat, in een snelle stroomversnelling, alles met haar meesleurt en dat er aan beide kanten kasa gras, kusa gras, riet, birana gras en bomen groeiden. Dan zou een man die door de stroomversnelling meegenomen wordt, zich vastgrijpen aan het kasa gras, maar het gras zou losscheuren, en zo, vanwege die oorzaak, zal hij tot rampspoed vervallen. Hij zou zich vastgrijpen aan het kusa gras (...) het riet (...) het birana gras (...) de bomen, maar zij zouden losscheuren, en zo, vanwege die oorzaak, zal hij tot rampspoed vervallen."

"Op dezelfde manier is er het geval waarin een niet ge´nstrueerde, in cirkels dolende persoon -- die geen eerbied heeft voor de edelen, die niet bedreven of gedisciplineerd is in hun Dhamma, die geen eerbied heeft voor mensen met integriteit, die niet goed bedreven en gedisciplineerd is in hun Dhamma -- die vorm (het lichaam) beschouwt als zijnde het zelf, of hij beschouwt het zelf als zijnde de vorm, of hij beschouwt de vorm alsof dat in het zelf is, of hij beschouwt het zelf alsof dat in de vorm is. Die vorm scheurt van hem weg, en zo, vanwege die oorzaak, zal hij tot rampspoed vervallen."

"Hij beschouwt de waarneming als zijnde het zelf, of hij beschouwt het zelf als zijnde de waarneming, of hij beschouwt de waarneming alsof dat in het zelf is, of hij beschouwt het zelf alsof dat in de waarneming is. Die waarneming scheurt van hem weg, en zo, vanwege die oorzaak, zal hij tot rampspoed vervallen."

"Hij beschouwt het gevoel als zijnde het zelf, of hij beschouwt het zelf als zijnde het gevoel, of hij beschouwt het gevoel alsof dat in het zelf is, of hij beschouwt het zelf alsof dat in het gevoel is. Dat gevoel scheurt van hem weg, en zo, vanwege die oorzaak, zal hij tot rampspoed vervallen."

"Hij beschouwt de mentale formaties als zijnde het zelf, of hij beschouwt het zelf als zijnde de mentale formaties, of hij beschouwt de mentale formaties alsof dat in het zelf is, of hij beschouwt het zelf alsof dat in de mentale formaties is. Die mentale formaties scheurt van hem weg, en zo, vanwege die oorzaak, zal hij tot rampspoed vervallen."

"Hij beschouwt het bewustzijn als zijnde het zelf, of hij beschouwt het zelf als zijnde het bewustzijn, of hij beschouwt het bewustzijn alsof dat in het zelf is, of hij beschouwt het zelf alsof dat in het bewustzijn is. Dat bewustzijn scheurt van hem weg, en zo, vanwege die oorzaak, zal hij tot rampspoed vervallen."

"Welnu, monniken, wat denken jullie: is vorm blijvend of vergankelijk?"

"Vergankelijk, Heer."

"Is gevoel blijvend of vergankelijk?"

"Vergankelijk, Heer."

"Is waarneming blijvend of vergankelijk?"

"Vergankelijk, Heer."

"Zijn mentale formaties blijvend of vergankelijk?"

"Vergankelijk, Heer."

"Is bewustzijn blijvend of vergankelijk?"

"Vergankelijk, Heer."

"Zo moet iedere soort van vorm of die in het verleden, in de toekomst of in het heden is verrezen, groot of klein, in je of buiten je, ondergeschikt of verheven, ver weg of dichtbij, met juist begrip aldus aanschouwd worden: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf.'"

"Zo moet iedere soort van gevoel (...)"

"Zo moet iedere soort van waarneming (...)"

"Zo moeten iedere soort van mentale formaties (...)"

"Zo moet iedere soort van bewustzijn of die in het verleden, in de toekomst of in het heden is verrezen, groot of klein, in je of buiten je, ondergeschikt of verheven, ver weg of dichtbij, met juist begrip aldus aanschouwd worden: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf.'"

"De ge´nstrueerde edele leerling, monniken, die het zo ziet, hunkert niet naar materiŰle vorm, gevoel, waarneming, mentale factoren en bewustzijn[1]. Door hartstochtloosheid is hij onthecht, door onthechting is hij bevrijd; in bevrijding ontstaat het besef dat hij bevrijd is, en hij begrijpt: 'Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd (magga brahmacariya), wat gedaan moest worden is gedaan (katam karniyam), er komt niets meer tot elke staat van bestaan (naparam itthattaya)[2].'"

Eindnoten

[1] Zie pa˝ca upadana kkhandha in het Woordenboek.

[2] Zie de eindnoot uiteindelijke kennis in M019 voor meer informatie.

RegID: S22-093
Bijgewerkt op: 29 mei 2004
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen