De Boeddha

De historische persoon die wij kennen als de Boeddha, was een Indiase prins van het Sakya volk dat leefde in Noord India. Hij verzaakte het recht op de troon en werd in zijn jonge leven een religieuze zoeker. Daarna, toen hij de verlichting had verworven, werd hij een spiritueel leraar. De naam die hem werd gegeven was Siddhatta en zijn familienaam was Gotama. In zijn jonge jaren werd hij niet de Boeddha genoemd, maar hij verkreeg deze aanduiding pas op zijn vijfendertigste jaar, nadat hij de verlichting had bereikt.

Het woord Boeddha is niet zomaar een titel die aan een gewoon persoon gegeven wordt, maar is een benaming voor een bepaald soort individu. Het duidt niet op één unieke persoon, maar op een bepaald type individu. In een historische periode kan slechts één Boeddha verschijnen. Maar door de cyclussen van wereldevoluties zijn er, met afzonderlijke intervallen, al vele Boeddha's verschenen. Siddhatta Gotama is de meest recente Boeddha en er zullen nog veel meer Boeddha's komen.

Overeenkomstig met de boeddhistische leerstellingen bevat het fysieke universum ontelbare wereldsystemen met vele sferen van bestaan (d.w.z. hemelse, menselijke, dierlijke etc.). In al deze sferen is het leven onderhevig aan vergankelijkheid, aan het opkomen en het vergaan, aan geboorte, groei, ouderdom en verval. Vanwege de vergankelijkheid wordt het bestaan beschouwd als iets dat fundamenteel onbevredigend is en onderhevig aan lijden.

Buiten het waarneembare universum is er een andere staat, een ongeconditioneerde staat, een staat van perfecte zegening, een staat van een vrede die niet meer vergaat. In het Pali wordt deze staat Nibbana genoemd.

Er bestaat ook een pad, een weg die van de ene staat naar de andere leidt, van vergankelijkheid en lijden vanwege de cyclus van worden, naar de zegening en de vrede van Nibbana. Dit pad is het Edel Achtvoudige Pad (Ariya Atthangika Magga).

In de geschiedenis van elk willekeurig wereldsysteem zal er een tijd zijn waarin dit pad gekend en gevolgd wordt. Er zullen mensen zijn die het pad volgen en die verwerkelijking van Nibbana zullen bereiken. Maar onvermijdelijk zal er een tijd komen waarin het pad verwaarloosd wordt en dat de kennis van het pad uit de geesten van de mensen wegebt tot het pad ten slotte geheel verdwijnt en verloren raakt. Dan volgt er een periode van spirituele duisternis. Dit kan een periode van miljoenen jaren zijn of van vele wereldtijdperken.

Maar uiteindelijk zal er een wezen verschijnen. Een man die door zijn aangeboren wijsheid, door zijn eigen streven en energie, zonder gids of leraar, dat verloren pad dat naar bevrijding leidt, weer opnieuw zal ontdekken. Wanneer hij het pad herontdekt heeft, volgt hij dit pad tot aan het eind en bereikt hij de verwerkelijking van Nibbana. Dan, uit mededogen voor anderen die door het lijden zijn aangetast, komt hij terug om het pad te verkondigen en om het aan de wereld bekend te maken. Een persoon die deze tweevoudige taak heeft volbracht - het herontdekken van het pad en het pad aan de wereld bekend maken - wordt een Boeddha genoemd.

De Boeddha komt altijd als een menselijk wezen. Hij begint zoals wij; gevangen in de cyclus van lijden. Maar hij is geen gewone man. Hij is een buitengewone man. Met een onbegrensd potentieel aan intelligentie, energie en mededogen welke hij ontwikkeld heeft door de ontelbare levens van zelfcultivering, heeft hij zichzelf op zijn toekomstige rol als een Boeddha voorbereid. Dit heeft hij gedaan door in zichzelf de kwaliteiten, de deugdzaamheden, de krachten die voor een wereldleider vereist zijn, te perfectioneren. Door het pad aan de wereld bekend te maken, opent Boeddha de weg naar bevrijding voor de mensheid waardoor ook anderen het pad kunnen volgen en de bevrijding kunnen bereiken.

RegID: Div010
Bijgewerkt op: 20 juli 2005
Auteur: Bhikhu Bodhi, vertaling Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen