Een korte samenvatting

Iemand die een leraar volgt, dient in de eerste plaats wat over die leraar te weten. In dit deel zullen we nader kennis maken met een man die 2600 jaar geleden werd geboren; een man die slechts een bedelnap en een paar gewaden bezat en tóch het gelukkigste wezen was dat hier op aarde rondliep.

Aan de voet van het Himalaya gebergte, juist over de grens van India in het huidige Nepal, rustte koningin Maha Maya met haar koninklijk gevolg in het park van Lumbini nabij Kapilavatthu, toen zij op weg was naar haar ouderlijke woonplaats Devadaha. Het was hier, op deze plaats, waar een edele prins werd geboren, een man die was voorbestemd eens de meest verheven religieuze leider in de wereld te zijn. De geboorte vond plaats tijdens de volle maan in de maand Mei (Vesakha) van het jaar 623 v.Chr. Koningin Maha Maya beviel van haar zoon al staande onder een bloeiende Sala boom.

De stam waarin hij werd geboren was die van de Sakya's, een heldhaftige krijgerstam. Zijn naam was Siddhatta (Sanskriet: Siddharta), hetgeen betekent: 'wens vervuld'. Deze naam werd hem gegeven omdat de raadsman van de koning, Asita (ook bekend als Kaladevala), voorspelde dat het koningskind een Boeddha zou worden. De vader van de prins heette Suddhodana; hij was de koning van de Sakya's. Koning Suddhodana had twee vrouwen: koningin Maha Maya en haar zuster Maha Pajapati Gotami. Hun familienaam was Gotama. Zeven dagen na de geboorte van Siddhatta stierf zijn moeder Maha Maya; haar zuster Maha Pajapati Gotami had haar beloofd Siddhatta verder op te voeden.

De jonge prins genoot de beste scholing die er maar was en overtrof al snel zijn leraren in wijsheid. Ook in de krijgskunst was hij heer en meester. Op 16 jarige leeftijd trouwde hij met zijn nicht, Yasodhara, de dochter van Suppabuddha, de broer van Maha Maya. Uit het huwelijk van Siddhatta en Yasodhara kwam een zoon voort: Rahula. De prins groeide op binnen de muren van het koninklijke paleis waar alles dat de tekenen van verval vertoonde, opgeschoond werd om de lelijke kant van het leven te verbergen. Zijn vader wilde voorkomen dat hij de wereld zou verzaken wanneer hij de vergankelijke natuur der dingen zou aanschouwen. Maar de drang om de ware aard van dingen te onderzoeken bleef de jonge prins prikkelen, en op een dag trok hij er met zijn wagenmenner Channa en zijn paard Kanthaka op uit om een rondje door de stad te maken. Daar maakte hij kennis met de harde, naakte realiteit.

Hij zag vervolgens een oude, een zieke en een dode man (de drie hemelse boodschappers (deva duta)). Hij vroeg aan zijn wagenmenner of dit de enige wezens in de wereld waren die dit lot treft, waarop Channa ontkennend antwoordde. Ook al is iemand rijk of arm, lelijk of mooi, wijs of onwetend -- het idee dat dit vreselijke lot alle voelende wezens eens zal treffen, deed Siddhatta door merg en been sidderen. Hij voelde een intens mededogen voor alle voelende wezens en uiteindelijk besluit hij met een vastberaden wil, een medicijn te zoeken dat voorgoed een eind kan maken aan deze gruwelijke toestanden waar alle wezens aan onderworpen zijn.

Kort nadat hij de oude, de zieke en de dode man had gezien, ontmoette hij een zwervende kluizenaar. Diep onder de indruk vanwege zijn eenvoudige gewaad en het rustige voorkomen van de kluizenaar, keek de prins hem lang en indringend aan. De diepe indruk van de kalme kluizenaar inspireerde hem in zijn besluitneming het thuisloze leven aan te gaan.

Op de dag van de volle maan in de maand juli (asalha) ontving de kroonprins het bericht dat zijn mooie vrouw Yasodhara was bevallen van een zoon. Verontrust door deze nieuwe ontwikkeling, door deze nieuwe band die hem nog steviger aan de wereld zou binden, besloot de prins nog dezelfde nacht het paleis te verlaten. Op dat moment is hij 29 jaar. Alles wat hij had gaf hij uit mededogen voor de ganse wereld op. Zelfs zijn vrouw en enige kind die hem zeer geliefd waren, liet hij achter -- een hartverscheurend afscheid dat hem diep raakte. Dit staat bekend als de grote verzaking. Maar hij beloofde in zijn hart terug te keren wanneer hij zijn zoektocht volbracht had en het medicijn tegen het lijden gevonden had. Zijn zoektocht eindigde 6 jaren later onder de Bodhi boom, de 'Boom der Verlichting' te Uruvela (nu Bodh Gaya).

Vóór zijn verzaking leidde hij het leven van een prins en genoot hij alle luxe terwijl het lijden een feit bleef; zes lange jaren van strenge zelfkastijding konden hem evenmin verlossen van het universele symptoom dat iedere vorm van bestaan doordringt -- lijden. Na deze twee uitersten persoonlijk ondervonden te hebben, ontdekte hij de middenweg, het Edel Achtvoudige Pad (ariya atthangika magga) die uitersten vermijdt. In zijn verheven verlichting ontdekt hij de Vier Edele Waarheden (ariya sacca), namelijk: 1. lijden, 2. de oorzaak van lijden, 3. de opheffing van lijden, en 4. het pad dat leidt naar de opheffing van lijden (het Edele Achtvoudige Pad). Omdat hij geen leraar heeft gehad die hem naar dit doel had gebracht, werd Siddhatta de Samma Sambuddha -- de Volledig Verlichte. Twee maanden na zijn verlichting zal hij zijn Leer voor het eerst in het hertenpark te Isipatana prediken aan de eerste vijf monniken[1] (zie Dhamma Cakka Ppavattana Sutta - Het in beweging zetten van het Wiel der Wet (S56-011)).

Een jaar na zijn verlichting keerde hij, nu een Boeddha, terug naar Kapilavatthu waar hij zijn jeugd had doorgebracht. Toen zijn zoon Rahula, nu 7 jaar, vlak bij hem stond, zei deze: "Zelfs uw schaduw is heerlijk!" Rahula trad direct toe tot de Sangha (gemeenschap van monniken en nonnen) en later volgde ook zijn voormalige vrouw Yasodhara. Beiden verwierven later de verlichting (Arahatschap).

De Boeddha verzaakte op zijn negenentwintigste jaar de wereld, op zijn vijfendertigste jaar verwierf hij de verheven verlichting, en hij predikte de Dhamma tot aan zijn dood op zijn tachtigste jaar. Omringd door zijn liefdevolle vriendelijkheid, mededogen en wijsheid, liep deze prachtige mens zo'n 2600 jaar geleden over de stoffige wegen van noordoost India en zette zich onvermoeibaar en onvoorwaardelijk in voor het geluk en het welzijn van alle voelende wezens.

Deze vier gebeurtenissen zijn de belangrijkste voor iedere boeddhist. De genoemde plaatsen zijn de meest belangrijkste bedevaartplaatsen. Zie Div020.

  1. De Boeddha werd in 623 v. Chr. geboren te Lumbini.
  2. Hij verwierf op 35 jarige leeftijd de verlichting te Uruvela (nu Bodh Gaya).
  3. Twee maanden later predikte hij zijn Leer voor het eerst in het hertenpark te Isipatana (nu Sarnath).
  4. Hij stierf op 80 jarige leeftijd te Kusinagar (of Kusiñara).

Eindnoten

[1] Zie discipelen, Boeddha's eerste in het Woordenboek voor meer informatie.

RegID: Div009
Bijgewerkt op: 6 juni 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen